Liesbeth Hermans hield haar #Cojo-rede. Wat gebeurde er nog meer die dag?

Het kon je nauwelijks ontgaan zijn; op vrijdag 13 oktober hield Liesbeth Hermans haar lectorale rede en werd ze officieel Cojo-lector. Voor onze hub is zij natuurlijk een grote aanwinst en daarom waren wij die middag ook aanwezig. Heb je het gemist? Dit zijn de belangrijkste take-aways van een middagje Zwolle.

Het is nog aardig rustig op de gang richting de Veenhovenzaal. Een voor een druppelen de gasten binnen en de zaal vult zich al snel met lawaai. Mediaonderzoekers en journalisten uit het hele land drommen samen. De stemmen verstommen even  als Rob van Lambalgen, directeur van het domein BMR, de microfoon test. ‘Wat fijn dat je ook tijd vrij hebt kunnen maken’, grapt hij naar Hermans om de middag luchtig af te trappen.

Vervolgens verschijnt Henk Hagoort, voorzitter van het college van bestuur op het podium voor de formele installatie. Hij noemt Hermans dapper: “Je uitspreken voor constructieve journalistiek roept namelijk weerstand op binnen de beroepsgroep.” Hierna installeert hij Hermans officieel als lector constructieve journalistiek.

Een verder reikende verantwoordelijkheid

Daarna is het de beurt aan de lector zelf. Hermans vertelt wat Windesheim onder constructieve journalistiek verstaat; een vorm van journalistiek die bij sociale verantwoordelijkheid begint en maatschappelijk relevant nieuws wil brengen. “Journalisten zijn verantwoordelijk voor de nieuwsselectie, maar ook voor de impact van hun producten op het veelzijdige publiek. Zij staan in het centrum van de journalistiek en daarom moeten meerdere meningen en perspectieven geboden worden.”

Constructieve journalistiek past volgens haar goed bij de uitdagingen waar journalisten in 2017 voor staan. “Door de grote aandacht voor bijvoorbeeld aanslagen blijft het aantal nieuwsmijders groeien.” Media worden ook vaak gewantrouwd en sluiten volgens Hermans onvoldoende aan bij de nieuwsbehoefte van de bevolking.

Tenslotte licht Hermans een tipje van de sluier op: waar zullen we constructieve journalistiek in het onderwijs en in het onderzoek tegen komen? “Docenten helpen hun studenten op weg constructief te werken met een toolkit; het is voor ons bij het lectoraat dan weer interessant om te kijken of hun constructieve verhalen de gewenste effecten hebben.” Met experimenten waarin een testpubliek een traditioneel en een constructief bericht krijgt voorgeschoteld, wil ze meer inzicht krijgen in hoe constructieve elementen voor positieve effecten kunnen zorgen.

In gesprek over #cojo

In 45 minuten wordt het publiek in vogelvlucht meegenomen langs de belangrijkste inzichten die Hermans tot nu toe heeft opgedaan. Daarna is het de beurt aan de bezoekers. Erik van Schaik, docent journalistiek, pakt de microfoon, loopt de zaal in en vraagt vooral aan de aanwezigen die niet in de media werken of zij de mediakritiek van Hermans herkennen. Dat blijkt het geval.

Irene Costera Meijer (Hoogleraar journalistiek aan de VU Amsterdam), Erik van Gruijthuijsen (Directeur van de Persgroep Nederland) en Karel Smouter (Docent journalistiek aan Hogeschool Windesheim) nemen ondertussen plaats op het podium voor het panelgesprek.

Irene Costera Meijer (Hoogleraar journalistiek aan de VU Amsterdam) trapt af met een kritische noot. “Ik denk dat er een iets te slecht beeld geschetst werd van hoe mensen zich verhouden tegenover het nieuws. Burgers en vooral jongeren zijn namelijk voorgeprogrammeerd om kritisch te zijn, en zijn daarom ook kritisch over het nieuws.” Hermans wil niet de indruk wekken negatief te zijn over het wantrouwen van burgers: “Ik doelde er meer op dat je burgers tegenwoordig op een andere manier moet benaderen dan vroeger,  hun kritische blik past bij die nieuwe vorm van burgerschap.”

Persgroep-directeur Erik Van Gruijthuijsen, het tweede panellid, is het hier mee eens: ”Het is lastiger om hen te bereiken, want ze zitten vaak online, en daar heeft nieuws meestal een andere impact. Dit maakt het extra lastig om te berichten over  bijvoorbeeld Anne Faber.” Via internet ontstaat hierbij snel een klopjacht naar de dader. Karel Smouter, docent journalistiek op Windesheim, ziet ook mogelijkheden. “Het is wel een onderwerp om burgers te mobiliseren. Kijk bijvoorbeeld naar die cartograaf die de dader precies wist te lokaliseren. Een mooi voorbeeld van crowdsourcing. ”

Blikken op de toekomst

Het publiek vraagt hoe het lectoraat het onderzoek precies gaat uitvoeren. Volgens Hermans is dit niet zo eenvoudig, want hoe meet je de impact van een nieuwsbericht, anders dan via bijvoorbeeld likes en shares? “Om in ieder geval een beeld te geven, gaan we eerst met experimenten kijken naar de effecten van gewone nieuwsberichten zonder negatief taalgebruik.” Bij het onderzoek op lange termijn willen ze studenten zelf constructief nieuws laten maken. Het is alleen minder goed te onderzoeken of de samenleving beter wordt als iedereen alles constructief gaat benaderen.

“Je zou naast een like- en een deelknop ook een soort van actieknop onder een bericht kunnen zetten,” laat Smouter weten. Hermans vindt dit ook een goede toevoeging. “We hoeven er geen geldpotje van te maken, maar met zo’n knop kun je wel in kaart brengen waar mensen iets kunnen doneren.” Ze sluit het gesprek af met de woorden: “Wat we willen is reflecterende journalisten opleiden die betrokken zijn bij burgers en zo uiteindelijk bijdragen aan een betere journalistiek”. En met deze gedachte gaan de aanwezigen aan de borrel, waarbij Henk Hagoort een toast uitbrengt op de nieuwbakken lector.

FacebookTwitterLinkedInEmail