“Het is nu een keuze om wel of niet wat te doen met diversiteit”

We missen een deel van samenleving en problematiseren onderwerpen die te maken hebben met diversiteit. De kritiek van Zoë Papaikonomou en Annebregt Dijkman is stevig. In hun nieuwe boek Heb je ook een boze moslim voor mij? identificeren ze onze blinde vlek en geven ze oplossingen.

Op haar eerste stagedag bij de Amsterdamse televisieomroep At5 voelde ze het al. Waarom worden bijna alleen maar witte Amsterdammers aangesproken bij de selectie van de ‘gemiddelde Amsterdammer’? Het beeld dat de stadszender geeft, is zo anders dan het Amsterdam waarin zij is opgegroeid. En waarom krijgt ze als een van de weinige redacteuren met een migratieachtergrond, alle vooroordelen van alle allochtonen van over de hele wereld over zich heen?

Zoë Papaikonomou (1982) studeerde Geschiedenis en Arabisch. Ze begon haar journalistieke loopbaan bij de Amsterdamse stadszender AT5. Inmiddels werkt ze als freelance onderzoeksjournalist en mediadocent.

Annebregt Dijkman (1979) is opgeleid als organisatie-antropoloog en docent islam. Inmiddels werkt ze als freelance adviseur en onderzoeker voor de overheid en voor organisaties die zich bezighouden met radicalisering en gewelddadig extremisme.

Foto’s: Hajar Scholten

Zoë Papaikonomou beschrijft haar ervaringen in haar nieuwe boek Heb je ook een boze moslim voor mij?. Of beter gezegd: het boek van haar en Annebregt Dijkman, die kennis heeft gemaakt met de media als veelgevraagde bron. Ook Papaikonomou kreeg de taak om ‘de bekeerlinge’ te bellen voor een debatprogramma waarin uitgesproken voor- en tegenstanders met elkaar debatteren. Past Dijkman in het door de redactie bepaalde label van ‘liberale moslim’?

Papaikonomou merkte al snel dat haar stadsgenoot zich niet in een hokje laat duwen. Haar verwachting kwam dan ook uit: Dijkmans mening is te genuanceerd en de redactie kiest voor iemand anders. Toch belde het tweetal een uur lang; een gesprek waarin ze het hadden over het gebrek aan diversiteit in de media en de gevolgen daarvan.

Tien jaar later is er weinig veranderd, en brengen ze hun boek uit om ons duidelijk te maken wat de wortel van het probleem is. En dat is volgens hen niet het gebrek aan journalisten met een migratieachtergrond, ook al kiezen bepaalde groepen traditioneel meer voor andere soorten beroepen.

Als journalisten met een migratieachtergrond zich niet thuis voelen op de redactie, en als de verantwoordelijkheid voor verschillende perspectieven in de berichtgeving rust op de schouders van de journalist met een andere afkomst of kleur, zal er weinig veranderen, betogen ze.

Dat Papaikonomou’s ervaringen niet op zich staan, blijkt uit de verhalen van ruim 50 journalisten, opiniemakers en deskundige met wie ze spraken voor het boek. Dijkman: “Er zijn redacties die zeggen ‘We willen wel, maar weten niet hoe het moet’. Dit kan nu niet meer. Wij doken in het probleem, en bieden oplossingen. Het is nu een keuze om er wel of niet wat mee te doen.”

Jullie hebben gesproken met verschillende journalisten met een migratieachtergrond. Wat is de rode lijn?

Dijkman: “Deze journalisten brengen een andere achtergrond met zich mee. Dit kan leiden tot nieuwe perspectieven. Maar de verantwoordelijkheid voor diversiteit in de berichtgeving, wordt vaak op de schouder gelegd van journalisten met een migratieachtergrond. Dat is niet te tillen.”

Papaikonomou: “Daarom is het belangrijk dat iedere journalist een goed netwerk heeft, verschillende perspectieven in de samenleving kent en kennis heeft over de achtergronden van allerlei verschillende groepen.”

Dijkman: “Het probleem is echter dat sommige redacties het belang van diversiteit niet zien. Als je hier geen oog voor hebt, mis je een deel van de samenleving en de wereld. Je kunt je werk niet goed doen, terwijl je als journalist mede beeldbepalend bent. Wij noemen dat definitiemacht.”

Kunnen jullie een voorbeeld noemen. Wat hebben media gemist?

Papaikonomou: “Bijvoorbeeld de coup in Turkije en de impact daarvan op Turkse Nederlanders. De onderlinge verschillen tussen Turkse Nederlanders kwamen als een ‘verrassing’, terwijl je dit als redactie had kunnen weten als je je meer verdiept had in het onderwerp en in de verschillende perspectieven. Dan had je meer recht kunnen doen aan de diversiteit binnen de Turks-Nederlandse gemeenschappen, in plaats van te blijven hangen in de extreme indeling: ‘Erdogan-aanhanger’ of ‘Gülen-aanhanger’.”

Journalisten verdiepten zich er dus te weinig in. Als er over andere minderheidsgroepen wordt bericht, gaat het dan wel goed in jullie ogen? 

Papaikonomou: “Vaak worden dingen geproblematiseerd. Zo vertelt een journalist in ons boek dat er pas aandacht is voor de dure vliegtickets naar Suriname – een doorn in het oog van veel Surinaamse Nederlanders – als er bijvoorbeeld misstanden zijn bij een reisbureau. Dit zie je heel vaak bij onderwerpen die te maken hebben met de multiculturele samenleving; ze komen pas op het vizier van de eindredacteur als er een conflict is.”

In hoeverre merk jij dit, Dijkman? Media benaderden jou vaak als bron.

Dijkman: “Je denkt, ik kom mijn verhaal vertellen. Maar in plaats daarvan moet je vragen van een journalist beantwoorden die meer over de journalist gaan dan over jou. Dat is heel ingewikkeld, vooral als je niet weet hoe media werken. Het is belangrijk dat journalisten zich verplaatsen in het perspectief van de ander.”

Papaikonomou: “Dit vraagt om een continue reflectieve houding. Gek genoeg is dit iets waar journalisten niet zo goed in zijn, terwijl we het wel verwachten van onze bronnen. Empathisch vermogen is ook belangrijk. Je kan je nooit helemaal in een ander verplaatsen, maar je kunt wel proberen om te luisteren in plaats van zelf te bepalen wat iemand moet denken en voelen.”

Dijkman: “Het is daarnaast problematisch dat mensen gedefinieerd worden als moslim. Terwijl je ook kunt zeggen iemand is student, wetenschapper of timmerman. Je ziet dus framing van een ander met een bepaalde identiteit, waar die persoon vervolgens niet meer los van komt.”

Wat kunnen we leren van deze vertrekkers?

Ook wij interviewden journalisten met een migratieachtergrond. Of beter gezegd: oud-journalisten want de Turkse Nederlandse Tünay Yilmaz heeft de journalistiek verlaten door de problemen waar ze tegen aanliep. Inmiddels werkt ze als IT-consultant.

Ook ChangJu Cheung  werkt niet meer voor de Nederlandse media. De liefde bracht hem naar Hong Kong, maar ook hij heeft genoeg ‘leuke adekdotes, ahum’ meegemaakt als Chinese Nederlandse journalist.

Lees verder…

Die definiëring is minder grijpbaar. Hebben jullie adviezen?

Papaikonomou: “Het is lastig. Vooral bij nieuws moet je heel goed kunnen vatten wat er gaande is, in weinig woorden. Maar het is belangrijk om je te realiseren dat je eigen perspectief doorebt in de woorden die je kiest. NOS gebruikte in de verkiezingsperiode bijvoorbeeld woorden als migrantenpartij en moslimpartij. De PvdA werd geen migrantenpartij genoemd, terwijl veel mensen met een migratieachtergrond er in het verleden op stemden. Je hoeft een partij niet zo te duiden.”

Dijkman: “Heb je als journalist door wat de relevantie is van bepaald woordgebruik? Kun je uitleggen waarom het bijvoorbeeld belangrijk is om iemand migrant of moslim te noemen? Het hoeft niet per se fout te zijn, maar het gaat erom dat je het kunt beargumenteren. En als dat niet zo is, gebruik die termen dan niet.”

Staat dit niet in de stijlboeken?

Papaikonomou: “Als er wel duidelijke afspraken zijn, gaat het vaak mis bij het handhaven. Het schort aan zorgvuldigheid. Ik weet dat het ook met tijdgebrek te maken heeft, maar het is essentieel om hier zorgvuldig in te zijn. Mensen worden bijvoorbeeld Marokkaan genoemd, terwijl ze Nederlanders zijn, eventueel met een Marokkaanse achtergrond. Als ik bij het FD werk en economische termen door elkaar haal, krijg ik ook op mijn donder.”

Dijkman: “Inderdaad. En dit kunnen individuele journalisten ook zelf doen hè. Je hoeft niet te wachten tot je chef zegt ‘Kom, laten we het stijlboek een keer gaan toepassen’. Ook jij kan dit bespreken met je collega’s. En heel belangrijk: het identificeren van de blinde vlek, is het niet hetzelfde als het innemen van een slachtofferpositie. Het is gewoon terechte kritiek waar wij in ons boek oplossingen voor geven.”

FacebookTwitterLinkedInEmail