Journalistiekstudenten onderzoeken de impact van Cojo op jongeren: wat zijn de resultaten?

Journalistiekstudenten van Hogeschool Windesheim onderzochten de meerwaarde van Cojo-elementen in mediaberichtgeving. Wat voor effect heeft het op jonge kijkers en lezers?

Ze voegden constructieve elementen toe aan bestaande producties en legden  hun respondenten een vragenlijst voor. De resultaten lijken – met de nodige slagen om de arm– bemoedigend.

Foto: www.pixabay.com

De acht studenten, die begeleid werden door docent Communicatiewetenschap Niek Hietbrink, lieten hun respondenten een artikel of video zien. Het ene deel van de respondenten kreeg een traditionele versie van een bericht voorgelegd, terwijl de anderen hetzelfde item in een constructieve vorm lazen of bekeken.

Voordat we definitieve conclusies kunnen trekken, moeten de resultaten nog grondig door het lectoraat worden geanalyseerd. Toch is het leerzaam om alvast een blik te werpen op de voorlopige resultaten.

Positieve gevoelens
Student Esther maakte voor haar onderzoek twee versies van een bericht over sociale media-verslaving. Het oorspronkelijke artikel haalde ze van NU.nl. De constructieve versie – die voor 20 procent moest verschillen van het origineel – maakte ze zelf. Zo gaf ze haar bericht een oplossingsgericht einde door het noemen van een app.

De ondervraagde studenten bleken hoopvoller na het lezen van deze versie, maar het verschil was niet groot. Dit is anders bij de emoties boos en bang. Esther wijst naar de grafiek in haar PowerPointpresentatie: “Bij het traditionele bericht zijn deze emoties veel sterker aanwezig.”

Haar conclusie is dat constructieve berichten meer positieve gevoelens oproepen dan traditionele berichten. Liesbeth Hermans, lector Constructieve Journalistiek, was aanwezig om commentaar te geven. Ze waakt ervoor niet te snel conclusies te trekken: “Deze emoties mogen niet meteen gekoppeld worden aan het oplossingsgerichte element.”

Zonder negatief taalgebruik
In een video-item over ebola hebben studenten Manon en Kaj in hun constructieve versie het negatieve taalgebruik weggelaten. De respondenten zijn hoopvoller en enthousiaster, laat Manon zien. Door het ontbreken van andere grote verschillen durft ze nog geen conclusie te trekken. Dit geldt ook voor Kaj, die zijn respondenten vroeg naar feiten uit de video.

Ook een bericht over rookverslaving kreeg een oplossingsgericht einde. Student Romano vertelt hierover: “Ik heb de titel veranderd en een ander plaatje boven het bericht gezet.” Volgens lector Liesbeth Hermans kan dit laatste een rol spelen bij het voelen van bepaalde emoties.  Dat het gebruik van constructieve elementen de positieve gevoelens laat stijgen en negatieve emoties laat dalen, merkt Romano vooral bij de emotie hoopvol. “Dit kwam veel meer voor bij de Cojo-versie.”

Grote verschillen
Studenten Josien en Jos gebruikten een videobericht over een mislukte flyboard poging. Josien ziet dat het Cojo-item veel beter gewaardeerd wordt. De online betrokkenheid is hier ook groter. Jos ziet dat de respondenten banger zijn na het kijken van de traditionele video. Liesbeth Hermans sluit hierop aan met de vraag: Hoe belangrijk is het voor journalisten om positieve emoties te raken met berichtgeving?

We moeten de resultaten voorzichtig interpreteren, want de testen verliepen niet allemaal even soepel. Een probleem was bijvoorbeeld dat vragenlijsten niet helemaal werden ingevuld, en de verhouding man/vrouw was niet overal gelijk. Toch lijkt het erop dat Cojo positieve gevoelens versterkt. Wellicht kan dit helpen de journalistiek weer geloofwaardiger te maken bij het publiek. Daarover waren de studentonderzoekers het in hun conclusies opvallend met elkaar eens.

FacebookTwitterLinkedInEmail