Bring it on, baby!

Als hoofdredacteur van het VRT-journaal pleitte Björn Soenens voor een meer constructieve vorm van journalistiek. Hij kreeg steun, maar stuitte ook op weerstand en onbegrip. Na drie zware jaren legde hij afgelopen september zijn functie neer. ‘Constructieve journalistiek is in dit pand een besmette term.’


Niek Hietbrink en Anne Taverne

,,De term alleen heeft hier, in België en bij de VRT, ongelooflijk veel deining veroorzaakt. Men zegt: “Wij doen niet aan ideologie, positivisme of dingen onder de mat vegen.” Maar dat zijn allemaal zaken waar constructieve journalistiek juist níet voor staat. Wij hebben het nu over betere, slimmere en bredere journalistiek. Journalistiek 3.0, eigenlijk. Maar hoe hard je het ook probeert uit te leggen, in het woord constructief zit een constructie en naar het idee van de tegenstanders mors je dan met de realiteit. Het is nu een kwestie van: Doe het, maar spreek er niet over. Iets wat ik raar vind.”
Om duidelijk te maken hoe er nu met nieuws wordt omgegaan, schetst Soenens een beeld. Hij zit in een ruimte met een paar banken en een mooie pooltafel. ,,Als deze ruimte het lokaal is van het nieuws, dan speelt het nieuws zich af in dat kleine hoekje daar, naast de bank. In dat hoekje vind je de calamiteiten, incidenten, horror en drama. Maar de rest zien we nu niet. Wij geven horrorshows. Alweer 350 doden in Syrië. Maar wat raakt ons? Het jongetje Alan, die op het strand ligt in Turkije. Of Umran, die uit het puin wordt gehaald en het bloed van zijn gezicht veegt. Voor mij is dat ook constructieve journalistiek, want de tijd bevriest en het vat een conflict samen. Als je een menselijk verhaal vertelt, kun je mensen warm maken om geïnteresseerd te raken in een conflict dat in eerste instantie een ver-van- hun-bedshow was. Plots krijgt het een gezicht: ,,It could be my son.” Kleine helden. Overal ter wereld. Deze kleine helden zijn voor mij het summum van constructieve journalistiek.”

Sinds wanneer voel jij de behoefte om verder te kijken dan dat kleine hoekje?

,,Dat is eind 2013 geweest. Ik was net een dag of vijf hoofdredacteur en hoorde Ulrik Haagerup van het Deense tv-nieuws spreken. Ik was meteen verkocht. Het nieuws had meer inzichten nodig. Mensen moesten zich af gaan vragen wat ze hebben aan het nieuws. Je moet mensen slimmer maken en ook andere dingen laten zien die er gebeuren in de wereld.”

Dus, dat is constructieve journalistiek? Ook het andere verhaal zien?

,,Ik heb ooit als definitie een zinnetje gemaakt: het is met mededogen naar de wereld kijken op een manier die breder is. En dan bedoel ik kijken met empathie, hetgeen iets anders is dan sympathie. Als je dat niet doet creëer je een zwart-witbeeld, waardoor je populisme kweekt. Als ik een close-up maak van mijn hand en je ziet alleen de bovenkant, geen enkele context, dan denk je: een gezwollen rivier? Dit is hoe het nieuws kijkt naar de wereld. Ga er als een helikopter boven hangen en je begrijpt het beter. Het is het hele verhaal vertellen en het bredere plaatje laten zien.”

Bjorn soenens
Foto: Jaap Schuurman

Discussies met NOS

Als hoofdredacteur heeft Soenens er al voor gekozen meer studiogasten uit te nodigen in het journaal. Hij vertelt dat hij veel discussies heeft gehad met zijn Nederlandse collega’s bij de NOS. ,,Een hoofdjournaal van 25 minuten vind ik des duivels. Dat is puur laten zien wat er gebeurd is en vervolgens laat je je kijkers achter in opperste verwarring. Wij nemen 45 minuten. Al tien jaar. Mensen moeten op een andere manier naar het journaal kijken. Vroeger had je de krant, yesterday’s news, en je had het journaal, het actuele.

‘Een hoofdjournaal van 25 minuten vind ik des duivels’

Als je nu naar het hoofdjournaal kijkt, is er online al een lawine gepasseerd. Iedereen heeft het nieuws al gehoord, dus je moet er een laag opleggen en dieper gaan.”

Staan die 45 minuten, als jullie dat al tien jaar zo doen, dan niet los van de keuze voor een meer constructieve vorm van journalistiek?

,,We hadden er toen misschien geen term voor en wilden alleen meer duiding. Vroeger had je nieuws en duiding, het werd gescheiden. Ik denk dat je nieuws niet kunt snappen zonder onmiddellijk een klein beetje duiding te geven. Je moet er zo nu en dan ook voor zorgen dat je verhalen hebt die een ander licht werpen op de zaak. Toen er veel vluchtelingen naar Brussel kwamen, zijn we hen op gaan zoeken. Ze zaten piano te spelen in een hotel dat was opengesteld en plots waren het mensen. Geen statistieken. De impact is enorm. We moeten meer journalistiek met impact maken. ‘Close and personal’. Persoonlijke verhalen die mensen onthouden. De rest… oor in, oor uit.”

Het klinkt als een ideaal principe, maar waar komen de weerstanden dan vandaan?

,,We hebben een beeld van de journalistiek, sinds de jaren zeventig zeker, dat we geen goede journalisten zijn als we niet een politicus ten val kunnen brengen of er niet bij iedereen vanuit gaan dat ze zakkenvullers, schurken of fraudeurs zijn. Je hoeft geen inquisiteur te zijn om aan goede journalistiek te doen. Constructieve journalistiek betekent dat je dingen nog kritischer bekijkt door ze van verschillende kanten te belichten. Zo zet je het in het juiste perspectief.”

Kritiek en weerstand

Op de eigen redactie werden Soenens ideeën niet door iedereen met open armen ontvangen. Hoewel hij na een workshop in Denemarken ontzettend enthousiast terugkwam, bleek zijn redactie een stuk kritischer. Een verkeerde inschatting, naar eigen zeggen. ,,Ik dacht dat er een grote behoefte aan het constructieve was, maar het werd gezien als nestbevuiling, als: ga jij een beetje zeggen dat we als journalisten niet goed bezig zijn? Ga jij een beetje de positivist uit lopen hangen? Dat was een lastige weg.”

Hoe ga je om met die kritiek van collega’s?

,,Bring it on, baby! Ja, toch wel ja. Je kunt capituleren en stoppen of je hebt de kracht van de overtuiging en gaat door. Omdat het het juiste ding is. Ik ben in dat opzicht een woest persoon. Als ik ergens wild van ben wil ik dat vol vuur uitdragen. Maar ik heb geleerd om na een tijdje de term te laten varen en gewoon te zeggen: ‘Zullen we anders deze invalshoek doen?’ Mijn opvolgster Inge Vrancken neemt de term constructieve journalistiek niet in de mond.”

Maar ze past het wel toe?

‘Ik wil af van het principe publish and be damned’

,,Ze doet het wel. Ze noemt alle definities van constructieve journalistiek als je haar vraagt naar welke journalistiek ze wil, maar vermijdt de term.
De media zijn te lui om te denken: tsja, dat is toch hetzelfde als Soenens?”

Had je die introductie achteraf dan niet beter anders aan kunnen pakken?

,,Goh, elk beest heeft de bek die zij of hij heeft, hè? Nee, eigenlijk niet. Ik ben op dat vlak vrij Amerikaans: ‘Go for it!’ Achteraf gezien denk ik dat je journalistiek niet in een categorie moet onderbrengen. Het wordt gezien als een vorm van ideologie. Journalistiek moet vrij zijn van elke ideologie en moet gewoon berichten over de wereld. Ik heb gepleit voor minder luie journalistiek. Ook dat werd gezien als nestbevuiling. Iedereen is altijd maar op zoek naar conflicten. Ik wil af van het principe publish and be damned. Het is belangrijk om de juiste perceptie van de wereld te krijgen. We laten de IS-gruwelvideo’s bijvoorbeeld niet zien. ‘Ja, maar die video’s zijn toch ook nieuws?’, denken veel mensen. Ik vind dat propaganda. Je hoeft niet alles te tonen wat er is. Je hoeft mensen niet te betuttelen en beschermen, maar je moet altijd vertellen waarom je iets wel of niet doet.”

Je kreeg op een gegeven moment, naast kritiek vanuit de eigen redactie, ook veel kritiek in de pers, bijvoorbeeld van De Morgen die uit mails van ontevreden redactieleden citeert. Wat vond u daarvan?

,,Ze hebben geprobeerd mij te vierendelen. Ik kreeg nog meer bladzijden dan Obama. Verdient een hoofdredacteur van het journaal echt zoveel aandacht? Het lijkt mij fel overdreven.”

‘Ze hebben geprobeerd mij te vierendelen’

Op de vraag of zijn vertrek iets te maken heeft met de kritieken reageert Soenens duidelijk.

,,Natuurlijk niet. Ik heb altijd gezegd dat ik dit beperkt ging doen. Het is een bijzonder tijdelijke baan die veel van je vergt. Het waren drie zware jaren, maar een karakter wordt niet gesterkt door veel applaus te krijgen. Daar word je arrogant van. Ik heb ooit in een presentatie gezegd: ‘Be prepared!’ Wees voorbereid op de weerstanden. Deze weerstanden hebben mijn overtuiging van constructieve journalistiek gesterkt. Mensen die al dertig jaar hetzelfde denken over journalistiek willen niet horen dat we met z’n allen niet zo denderend bezig zijn, want the only person who likes change is a wet baby. Uiteindelijk hebben we verschillende projecten waarin we de burger bij de journalistiek betrekken. We noemen het alleen geen constructieve journalistiek. Ik ben een blij man. Soms kun je gelijk hebben, maar het niet krijgen. Ik kan daar goed mee leven.”

FacebookTwitterLinkedInEmail