Wat als kinderen de baas zouden zijn in het ziekenhuis…

Het ziekenhuis is een plek waar we allemaal, jong en oud, weleens naar toe moeten. Nu zijn het vooral ‘grote mensen’ die het daar voor het zeggen hebben. Wat als kinderen inspraak krijgen? Met deze constructieve vraag reisde ik af naar Nijmegen, waar ze daarmee experimenteren.

Foto: Radboudumc. Vanaf rechts achterste rij: 1 Sylke de Koning, 3 Fleur van Haeren, 4 Ymke Goossens.

Een lange gang leidt naar een verlichte hal. Hier staat een lunchkar, waar een arts vandaan snelt met een broodje. Rechts volgt een binnenplein met speeltoestellen en zitbanken. Een rustige plek voor patiënten en familieleden om zich terug te trekken. Boven aan de muur voor de poli hangt een bord met de tekst: Radboudumc Amalia kinderziekenhuis.

Hier, in dit kinderziekenhuis van het Radboudumc Nijmegen, is in 2013 een speciale adviesraad van en voor kinderen opgericht. Samen met de stichting Kind en Ziekenhuis geeft het ziekenhuis zo inhoud aan het Verdrag van de Rechten van het Kind. In dit verdrag staat dat ook kinderen recht hebben op medezeggenschap. Zeker op een plek die bedoeld is voor hen, zoals een kinderziekenhuis.

Ymke Goossens (18) en Eefke Heeres (37) staan samen aan het roer van de Kinderadviesraad (KAR). Ymke was als kind al lid en is zo in de rol van vicevoorzitter gerold. Ze legt uit wat zij doet: “Tijdens de vergaderingen voer ik net als de ander leden het woord, en ik help met de voorbereiding hiervan.”

Eefke zit naast haar en knikt instemmend. Zij is pedagogisch medewerker en begeleider van de raad. Ze regelt dat de raad kan vergaderen, zo zorgt ze er bijvoorbeeld voor dat alle sprekers kunnen komen. Lachend voegt ze toe: “Ik spring ook wel eens bij tijdens de bijeenkomsten, als kinderen moeilijke ziekenhuistaal niet begrijpen ofzo.”

Om een nog een beter beeld te krijgen van de samenstelling van de raad, ontmoet ik ook twee jongere leden. De zestienjarige meiden Sylke de Koning en Fleur van Haeren komen samen binnen en nemen enthousiast plaats naast de anderen.

De deelnemers
Op welke leeftijd mag je eigenlijk lid zijn?, wil ik weten. “Tussen de twaalf en achttien jaar. Je hoeft er hierna niet meteen uit, maar je kunt natuurlijk niet blijven tot je 25e”, zegt Ymke. De jeugdige raadsleden vertellen dat ze nu met zijn twaalven zijn. “Volgens mij is de verhouding vijf jongens en zeven meisjes wel goed”, merkt Fleur wat aarzelend op.

Eefke vertelt dat iedereen met affiniteit met het kinderziekenhuis zich mag aanmelden voor de raad. Als ik de twee jongeren bevraag, blijkt dat zij nooit in het ziekenhuis hebben gelegen. Ze werden allebei enthousiast gemaakt door familie die in het ziekenhuis werkt en ze vinden het fijn om mensen te helpen. “Wij denken vaak aan andere dingen dan volwassenen, bijvoorbeeld een gezellig plein om te spelen .”

De pedagoog vindt het mooi dat ze iets willen betekenen voor de kinderen. “Onze leden kijken vanuit hun eigen referentiekader, bedenken hoe ze het zelf fijn zouden vinden, maar luisteren ook goed naar wat patiënten ervan vinden.”

Werken in de raad

“Wij zorgen er op heel veel vlakken voor dat patiënten het beter krijgen”, laat voorzitster Ymke weten. Zo leverden ze tijdens de verbouwing een bijdrage. “Wij wilden graag dat de balies niet te hoog werden geplaatst, zodat kinderen zichzelf kunnen aanmelden.”

Als de uitwerking van een plan niet het gewenste effect heeft, laat de raad het er niet meteen bij zitten. Fleur vertelt dat ze wilden zorgen voor meer privacy op de kamers. “We wilden stickers op de ramen plakken, maar het resultaat viel tegen toen we het te zien kregen. Er waren gordijntjes opgehangen.” Ze zijn als raad teruggegaan naar de afdelingsleider voor een betere oplossing. Uiteindelijk zijn hun ideeën meegenomen.

Ymke vindt het heel belangrijk dat leden tijdens de vergadering hun mond opendoen. ‘’Iedereen kan zeggen wat ie denkt, waardoor er een ontspannen sfeer hangt.” Volgens Sylke staat niemand boven de ander. Ze grapt dat gesprekken hierdoor wel wat rommelig verlopen. “We zijn dan allemaal tegelijk aan het brainstormen, maar zo ontstaan er veel nieuwe ideeën die goed zijn voor de patiënten.”

“We proberen tijdens vergaderingen ook bij de patiënten op bezoek te gaan”, vertelt de pedagoog resoluut. Hierdoor zijn ze als raad goed zichtbaar. “Patiënten kunnen zo hun ei kwijt.” Fleur klinkt heel opgewonden als ze over de bezoeken vertelt: “Je weet dan echt wat de kinderen willen. Vaak hebben de vrienden en familieleden die op bezoek komen ook suggesties.”

Een veelgehoorde klacht blijft het eten; veel patiënten vinden het niet lekker. Sylke benadrukt dat ze hier al wel mee bezig zijn geweest. “Wij hebben het idee van de airfryer frietfiets bedacht, deze komt twee keer per week langs met versere en gezondere frietjes.”

Een grote meerwaarde
Volgens de pedagoog wordt de raad heel serieus genomen door iedereen in het ziekenhuis. “Onze invloed is ook wel merkbaar, want we hebben al een aantal mooie doelen bereikt”, zegt Fleur. De frietfiets is daar een voorbeeld van. Doordat bezoekers van de patiënten elkaar hier kunnen ontmoeten, heeft het ook een verbindend effect.

Natuurlijk blijven er verbeterpunten voor de toekomst benadrukken de vier als we het gesprek afronden. Er stromen nog dagelijks verzoeken binnen. Na even nadenken komen ze met wat onderwerpen voor de lange termijn, zoals de wachttijden op de poli en de beperkte hoeveelheid aan activiteiten voor kinderen en tieners.

Fenomeen in opkomst
Het kinderziekenhuis van het Radboudumc Nijmegen was de eerste met een KAR, maar het is een fenomeen in opkomst. Eefke vertelt opgetogen over de jaarlijkse kinderadviesradendag. De laatste keer kwamen tien verschillende Kinderadviesraden uit het hele land bij elkaar om ideeën uit te wisselen en de band te versterken. Dit heeft geresulteerd in het opstarten van een landelijke KAR door stichting Kind en Ziekenhuis.

Andere ziekenhuizen zien in dat ze niet achter kunnen blijven, en pakken het initiatief op, vertellen Ymke en de pedagoog. “We kunnen deze groei alleen maar toejuichen.”

Met deze gedachte sluiten we het gesprek af. Bij het verlaten van de poli kom ik weer langs het binnenplein. De banken zijn nu verlaten. Dan zie ik opeens een klein kaal jongetje, glimlachend kijk ik toe hoe hij aan de stangen van het tafelvoetbalspel trekt.

 

 

 

FacebookTwitterLinkedInEmail