De Correspondent: In vijf stappen naar Dienst Toekomst en Vertrouwen

Karel Smouter draaide een maand mee bij de Dienst Terugkeer en Vertrek, met een open vizier. Maar constructief werd het nog meer doordat een medewerker aan het einde vroeg hoe hij het werk zou doen. Dat advies werd een discussiestuk binnen de organisatie.

Hoe zet je iemand zonder papieren het land uit? Dat is de vraag waar de medewerkers van de Dienst Terugkeer & Vertrek elke dag mee zitten. Ik volgde een aantal medewerkers een maand lang op de voet. Op het eind vroeg een van hen: ‘Hoe zou jij ons werk nu doen?’

Hoe zet je een vreemdeling die dat niet wil het land uit? Alles draait bij de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) om het wegnemen van blokkades. Maar wat als een land, zoals onlangs Ghana, zijn onderdanen simpelweg niet wil terugnemen? Antwoord: dan trekt Nederland gewoon tien miljoen euro van het lokale ontwikkelingsbudget af.

En wat als een land juist moet worden verleid om mee te werken? Dan komt Nederland dit land graag tegemoet. Een politietraining hier, of een ontwikkelingsfonds daar. Er valt in veel gevallen wel iets te regelen.

Deze onderhandelingen worden gevoerd door de ambtenaren van de DT&V-afdeling voor internationale zaken. Eerst bezoeken ze de ambassade in Den Haag of in Brussel, om daar een reisdocument aan te vragen. Als die ambassade niet bereid blijkt om mee te werken, komt deze afdeling in actie. Als het nodig is vliegen ze naar alle uithoeken van de wereld om met ministers van deze landen tot afspraken te komen.

Het werk van deze ambtenaren laat zien hoe ver Nederland gaat om vreemdelingen het land uit te zetten. Eerst door ze een worst voor te houden, van 1.500 tot soms wel 4.500 euro per vertrekkende man of vrouw. En als ze tóch niet meewerken, in zo’n 50 procent van de gevallen, wordt net zo lang met het land van herkomst onderhandeld tot alsnog een uitzetting kan worden georganiseerd.

Uitzetijver onder kritiek

Wat maakt dit artikel constructief?
Dit artikel van mijn hand uit De Correspondent van 5 februari 2014 is het slot van een serie over de Dienst Terugkeer & Vertrek. Ik wilde weten hoe die 700 ambtenaren hun werk ervaren en besloot een maand lang bij deze organisatie te verblijven. Onbevooroordeeld, met een zo open mogelijk vizier.

Dat is direct het eerste constructieve aspect van deze serie: dat je de mensen die je aan het woord laat de kans geeft zichzelf aan jou te tonen, zonder hun direct allerlei verwijten voor te leggen. Het zorgde voor meer openheid dan normaal: zij kregen het gevoel dat ik hun werk – met alle moeilijkheden en dilemma’s – echt wilde doorgronden. Daarom reageerden ze niet vanuit het defensief, maar lieten de medewerkers zoveel mogelijk van hun werk zien.

Het verhaal laat zien dat constructieve journalistiek geen softe journalistiek is: de constructieve methode is vaak een beter breekijzer dan de botte bijl.

Een van de DT&V’ers die ik volgde, vroeg mij om aan het eind van de reeks nu eens op te schrijven hoe ik hun werk zou doen. Door kritiek als advies te formuleren werd dit artikel niet genegeerd, maar werd het een veelbesproken discussiestuk binnen deze organisatie.

Karel Smouter

Deze uitzetijver komt DT&V op veel kritiek te staan. Asielactivisten noemen de organisatie een ‘deportatiemachine’ die haar ‘bloedhonden’ op vluchtelingen afstuurt. Asielzoekers die met de dienst te maken hebben gehad, krimpen soms al ineen bij het horen van de term ‘DT&V’.

Maar ook uit de andere hoek klinkt stevige kritiek. VVD-kamerlid Malik Azmani en zijn PVV-collega Sietse Fritsma hekelen geregeld de linkse – lees: slappe – wind die door asielland zou waaien sinds de PvdA enkele concessies bedong in ruil voor de VVD-wens illegaal verblijf strafbaar te stellen.

„We kunnen het nooit voor iedereen goed doen,” verzucht menig DT&V-medewerker dan ook. Te midden van alle verhitte asieldiscussies blijft vaak onderbelicht hoe de medewerkers van deze dienst hun werk nu eigenlijk zelf zien. Daarom besloot ik een tijdje met de Dienst mee te lopen.

Aan het eind van mijn rondgang door de organisatie draaiden de rollen ineens om. Na een interview stelde een DT&V’er míj een vraag. „Hoe zou jij ons werk dan aanpakken?”

Lees verder op de Correspondent

Wat Nu, Karel Smouter, De Correspondent

FacebookTwitterLinkedInEmail