Deze krant is constructief gaan werken, maar wil het vooral niet zo noemen

“Één verhaal is als een windvlaag, alleen de mensen die betrokken zijn onthouden het. Iets wordt pas interessant als je er meer aandacht aan besteedt”, vertelt Henk ten Harkel, redactiechef van TC Tubantia in Enschede. Ook dat is een element van constructieve journalistiek, al zal hij dat nooit zo noemen.

Het lijkt alsof Ten Harkel zich er een beetje ongemakkelijk bij voelt. “We zijn gebombardeerd tot een redactie die constructief werkt, maar ik neem het woord nooit in mijn mond. Ik weet wel dat wij het anders doen dan andere media. En we zien de resultaten van deze koers”, vertelt hij vanuit het Balengebouw, een pand waar vroeger balen katoen van de katoenfabriek werden opgeslagen. Het is de nieuwe huisvesting van het medium.

Henk ten Harkel werkt sinds de jaren ’90 bij TC Tubantia. Hij was chef van diverse redacties,  en bekleedt deze positie sinds 2016 op de redactie Enschede/Haaksbergen/ Achterhoek. Hier is hij onder andere verantwoordelijk voor de samenwerking met 1Twente, een samenwerkingsverband van lokale omroepen in Twente.

Toch is de term constructieve journalistiek hem niet onbekend. Toen Martha Riemsma in 2014 als hoofdredacteur aantrad, stuurde ze aan op deze werkwijze.  Oude wijn in nieuwe zakken, vermoedde Ten Harkel destijds. Hij vertelt dat hij het nooit anders heeft gedaan, maar toch… De koerswijziging waar Riemsma op aanstuurde heeft gemaakt dat hij het nu “tot in het perfecte” kan uitvoeren.

Wij willen weten hoe de perfectionering eruitziet. Afgelopen jaren is er – stelt ook Ten Harkel enigszins verbaasd vast – behoorlijk wat veranderd.

Één van de elementen van constructieve journalistiek is dat je procesmatig te werk gaat. Bijvoorbeeld door in series te werken. Jullie doen dat ook, door sommige thema’s groot aan te pakken. Waarom werken jullie zo?
“Als je een verhaal neerzet, ontstaat een beweging en het is relevant om daar aandacht aan te besteden. Ook is het interessant om iets van alle kanten te belichten. We kiezen voor een onderwerp dat leeft bij de bevolking. En als dat niet zo is, vragen we ons af hoe we het tussen de oren kunnen krijgen. Dat laatste lukt vaak niet met één verhaal. Pas na een vierde of vijfde, gaan ze denken dat het belangrijk is. Ze kunnen een mening gaan vormen.”

Je probeert Enschedeërs ook actief bij jullie journalistiek te betrekken, bijvoorbeeld met het project ‘Ik teken voor 80′
waarbij jullie samenwerken met 1Twente, een samenwerkingsverband tussen lokale omroepen in Twente. Het doel is dat 80 procent van de inwoners gaat stemmen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Hoe pak je dit aan?
“Afgelopen keer stemde maar 42 procent. De gemeenteraad heeft nu eigenlijk geen draagkracht en dat willen we veranderen. 80 is erg veel, maar je moet wel ambitie tonen. We gaan de wijken rond en vragen mensen wat ze van hun omgeving vinden. Ze vertellen dan over het verkeer, de plantsoenen, een adres voor koffie en dat soort onderwerpen. Hier berichten we over en we confronteren de politiek ermee die vooral bezig is met de economie.”

Wat is de reactie van de bevolking?
“Bewoners praten volop. Het is fantastisch. Er zijn nog geen mensen geweest die weigerden. We hopen nog meer burgers te bereiken via mensen die invloed hebben in de stad, bijvoorbeeld jongerenwerkers, een bekende kapper in de wijk Hogeland en mensen die contact hebben met de Syrische orthodoxe en de Turkse gemeenschap. Zij kunnen hun achterban mobiliseren om te gaan stemmen.”

Hoe reageren je collega’s op deze houding? Dit gaat wel wat verder dan wat een journalist gewend is te doen.
“Sommigen zeggen dat het onze taak niet is, maar dan wijs ik ze op ons redactiestatuut. Daar staat in dat we de democratische principes van de overheid overeind willen houden. Dit kun je breed interpreteren. Ik wil niet langs de zijlijn staan. Op mijn redactie wordt het trouwens volledig gedragen; we zien de resultaten. Steeds meer Enschedeërs vullen bijvoorbeeld onze enquêtes in over uiteenlopende nieuwsonderwerpen.”

Met een van die enquêtes hebben jullie als krant het wateroverlastprobleem op de kaart gezet bij de gemeente. Jullie openden zelfs een meldpunt. Is de situatie hierdoor verbeterd?
“Voordat we het meldpunt openden, vond de verantwoordelijke wethouder dat huiseigenaren hun eigen boontjes moesten doppen. Via ons meldpunt zijn meer dan 800 meldingen binnengekomen; het blijkt echt een probleem te zijn in Enschede.  De gemeente wil nu drainagesystemen aanleggen in bepaalde straten om de grondwaterstand te verlagen. En ik hoorde dat Enschede met professionals onderzoekt hoe ze water kunnen wegkrijgen in huizen. We blijven er aandacht aan besteden totdat de problemen zijn opgelost.”

De vijf meest gelezen artikelen vandaag hebben allemaal een constructieve of positieve titel. Dit lijkt aan te slaan. Bereiken jullie meer mensen dan eerst?
“Dat is me nog niet opgevallen, maar in zijn algemeenheid: we bereiken via al onze platformen steeds meer mensen, ja. Video’s die we maken in samenwerking met 1Twente worden op de site geregeld 2 tot 6 duizend keer bekeken, soms vaker dan 10 duizend. Als een video een paar duizend keer wordt bekeken, is dat weinig.

Ook die samenwerking is uniek in Nederland; verhalen over een bepaald onderwerp verschijnen in de krant en op internet, en Enscheëders krijgen het ook mee via televisie- en radiozender 1Twente. Wat is het effect?
Mensen vergeten niet snel wat we bespreken omdat ze het via verschillende platforms meekrijgen. We kunnen zo een beweging creëren, zorgen dat er verandering ontstaat. De impact van de boodschap is dus veel groter.

Jouw tip voor mediaorganisaties die constructief willen werken is dus een samenwerking aangaan met andere mediaorganisaties. Hoe pak je dat aan?
De belangrijkste vraag is hoe je beide organisaties mengt. Ze zijn wezensvreemd; een privaatorganisatie die werkt met professionals en een publieke organisatie die werkt met vrijwilligers. Het in elkaar schuiven moet je met beleid doen. Ik ben de verantwoordelijke op journalistiek gebied en we hebben een verantwoordelijke op zakelijk gebied. Als je de eerste stappen hebt gezet, groeit de rest vanzelf wel. We proberen het in andere dorpen en steden uit te rollen.

De krant is veranderd, de site is veranderd. En nu zitten jullie ook in een ander gebouw. Hoe helpt die verhuizing jullie om anders te werken?
“Het was onze wens om in een hip pand te zitten, midden in de maatschappij, en dat is gelukt. We zijn toegankelijker voor het publiek, en hebben hier alle ruimte. We hebben nu een eigen debatcentrum voor lezingen en debatavonden, en kunnen het meteen live uitzenden.”

 

 

FacebookTwitterLinkedInEmail