Deze Ethiopische journalist wil Nederlandse media een lesje leren

“Het Westen steunt politici in ontwikkelingslanden die burgers onderdrukken, en westerse bedrijven zijn medeverantwoordelijk voor mensenrechtenschendingen. Waarom hebben westerse media hier zo weinig oog voor?”, vraagt de Ethiopische journalist Anania Sorri zich af. Hij geeft ons zes belangrijke lessen mee.

Anania Sorri (1983) komt uit Ethiopië en werkt als mensenrechtenactivist en politieke journalist. Hij schrijft artikelen en opiniestukken, en neemt deel aan debatten over politieke onderwerpen. Samen met een collega richtte hij de krant Kedami Getse (voorpagina) op, maar deze werd na één publicatie verboden.

“Het Westen vindt burgerrechten belangrijk, maar het eigen financiële belang leidt er mede toe dat burgerrechten in ontwikkelingslanden worden geschonden”, vertelde de Ethiopische journalist Anania Sorri in november tijdens een gastcollege op Hogeschool Windesheim. Om vervolgens te benadrukken dat westerse journalisten veel meer aandacht kunnen besteden aan dit soort thema’s. Dán kan er iets veranderen in Ethiopië.

De journalist is naar Nederland gekomen voor het project Shelter City, een landelijk initiatief van de organisatie Justice and Peace in samenwerking met Nederlandse steden. Mensenrechtenverdedigers worden drie maanden uitgenodigd om op adem te komen, hun netwerk te vergroten en trainingen bij te wonen. Daarnaast geven ze workshops aan Nederlanders, zoals Sorri deed voor het Honours College van Hogeschool Windesheim.

Dat op adem komen, had hij nodig. In november 2016 is hij gevangengezet zonder proces, tijdens de noodtoestand die de Ethiopische regering uitriep na protesten in het land. Hij heeft vier maanden vastgezeten. Internationale media zoals Al Jazeera hebben er aandacht aan besteed.

Het belette hem niet om door te gaan. Na zijn vrijlating begon Sorri met het interviewen van voormalige gevangenen, om het publiek meer inzicht te geven in misstanden en mensenrechtenschendingen in Ethiopië. Hij wil het in het Engels en Amhaars publiceren.

Inmiddels verblijft hij in een asielzoekerscentrum in Nederland. Hij is zich hier blijven uitspreken tegen de regering, en zegt dat het te onveilig is geworden. Maar zodra het kan, wil hij terug. “Het is een constant gevecht in mijn hoofd. Leven zonder doel, voelt als dood zijn terwijl je leeft. Maar het beter voor nu, en ik kan vanaf hier werken voor Ethiopische media.”

We willen meer weten over zijn beeld van westerse media, en zoeken hem op in Wageningen. Hier geeft hij ons zes belangrijke lessen.

“1. Bericht meer over de relaties tussen Europese landen en ontwikkelingslanden.
Onderlinge relaties tussen het Westen en ontwikkelingslanden blijven vaak onderbelicht. Neem bijvoorbeeld het onderwerp migratie. Wat zijn de oorzaken? Wat is er gebeurd in de landen waar migranten vandaan komen? En welke rol speelde het Westen hierin? Mensen worden niet goed geïnformeerd en zijn bang voor migranten. De slachtoffers krijgen de schuld, terwijl westerse landen het probleem mede veroorzaken. Laat dat zien.

2. Veel situaties in Ethiopië verdienen meer aandacht, al helemaal als Nederlandse politici en bedrijven erbij betrokken zijn.
Veel gebeurtenissen in Ethiopië halen het nieuws niet, ook niet als Nederland erbij betrokken is. Nederlandse bedrijven en politici zijn bondgenoot van Ethiopische politici die burgers onderdrukken. Er is sprake van gezondheid- en veiligheidsissues in een bloemenbedrijf van Nederlandse oorsprong; veel vrouwen zijn onvruchtbaar geworden. Boeren zijn hun land kwijtgeraakt toen Nederlandse bedrijven zich in ons land wilden vestigen; ze kregen slechts een klein geldbedrag of helemaal niets. En afgelopen week zijn bijna 10.000 Ethiopiërs gevlucht naar Kenia. Wordt hierover bericht?

3. Doe niet alsof het probleem gisteren pas begon.
Media besteden aandacht aan incidenten, en negeren wat er daarvoor gebeurde. Doe niet alsof het gisteren pas begon. Als er een bloembedrijf wordt aangevallen, is het bijvoorbeeld belangrijk dat media ook de oorzaken belichten. Geen korte soundbites dus, maar een goede analyse. En zorg voor follow-ups. Anders zijn media een instrument van de machthebbers, terwijl ze er een instrument van de machtelozen horen te zijn.

4. Doe verslag van de grond in samenwerking met lokale journalisten.
Wees niet afhankelijk van de ambassade en Ethiopische officials, maar doe verslag van de grond samen met lokale journalisten. En doe beroep op Ethiopische experts en niet alleen op buitenlandse experts. Ethiopiërs kunnen betere analyses maken over hedendaagse gebeurtenissen in hun land.

5. Laat zien wat er leeft onder de bevolking.
Ethiopiërs hadden grote verwachtingen van het Westen. Met name van Amerika; het land wordt gezien als de belangrijkste bondgenoot. Maar jaar na jaar hoorden we alleen maar statements, terwijl er wel druk wordt uitgeoefend als westerse landen ergens financiële belangen hebben. Ethiopiërs hebben dit door; ik zie een groeiend anti-VS-sentiment. Misschien niet in het openbaar, maar er wordt over gepraat. Besteed meer aandacht aan de mening van Ethiopische burgers.

6. Als westerse journalisten hun burgers beter informeren, kan er iets veranderen in Ethiopië.
Als westerse burgers beter op de hoogte zijn van ontwikkelingen, kunnen ze invloed uitoefen, bijvoorbeeld via hun politici. De Ethiopische regering is niet immuun voor buitenlandse druk. Als het Westen ons niet kan helpen om de dictators te verwijderen, kunnen ze ten minste stoppen met het steunen van politici die burgerrechten schenden. Ze kunnen hen bijvoorbeeld internationaal veroordelen en economische sancties opleggen. Dit begint met goede berichtgeving in de media.”

 

 

FacebookTwitterLinkedInEmail